Inleiding Biomassa

 

Biomassa is de verzamelnaam van allerlei biologisch materiaal dat kan worden gebruikt om elektriciteit mee op te wekken. Bij biologisch materiaal kunt u zich het volgende voorstellen:

1)    Snoeihout, zoals hout en bladeren uit houtwallen, snoeihout uit plantsoenen en dunningshout uit bossen.

2)    Houtresten uit de houtverwerkende industrie. Bijvoorbeeld houtresten uit de zagerij van een doe-het-zelf winkel als Gamma of Praxis. Alleen schoon hout komt hiervoor in aanmerking. Er wordt dus geen gelakt of geïmpregneerd hout gebruikt.

3)    Gewassen die speciaal worden geteeld voor de winning van energie. De belangrijkste gewassen die hiervoor geschikt zijn, zijn olifantsgras, wilgen en populieren. Energieproducenten hebben een voorkeur voor deze gewassen omdat ze snel groeien.

4)    Reststromen uit de landbouw, zoals mest, bermgras, loof en stro.

5)    Huishoudelijk afval, zoals het groente- fruit- en tuinafval dat u verzamelt in uw groene container.

 

Dit is bio-energie

 

Verbranding van hout

 

In een bio-energiecentrale wordt biomassa omgezet in energie. Tot nu toe gebruiken de bio-energiecentrales in Nederland met name hout als grondstof. Het hout wordt in de centrale verbrand. De elektriciteit die daarbij vrijkomt, wordt geleverd aan het openbare net en komt als groene stroom bij bedrijven of bij u thuis terecht. De warmte die bij het verbranden ontstaat, wordt via de stadsverwarming aan huizen en bedrijven geleverd.

 

Verbranding van biogas

Energie uit mest en groente-, fruit- en tuinafval (GFT) kan worden opgewekt door dit afval te laten vergisten. Dit is een net woord voor rotten. Het gas dat tijdens het vergistingproces vrijkomt, heeft praktisch dezelfde kwaliteit als aardgas. Met dit gas kan stroom en/of warmte worden geproduceerd.

 

Zo werkt een bio-energiecentrale

1)    Vrachtwagens brengen de biomassa, zoals hout, in kleine snippers naar de centrale en storten dit in een stortbunker. Vooraf zijn met een magneet eventuele stukken ijzer verwijderd.

2)    Transportbanden vervoeren de biomassa vanuit de stortbunkers naar een opslagbunker. In die bunker kan voor meerdere dagen hout worden opgeslagen, zodat de centrale ook in het weekend, als er geen hout wordt aangevoerd, kan doordraaien.

3)    Vanuit de opslagbunker gaat het hout naar de oven waar het verbrandt.

4)    De warmte die daarbij vrijkomt wordt naar een ketel geleid. In die ketel bevindt zich een buizenstelsel met water dat wordt verhit tot stoom van circa 500°C. De stoom, die net als bij een fluitketel uit de ketel ontsnapt, blaast tegen een turbine aan (een soort schoepenrad) en laat deze ronddraaien.

5)    De turbine drijft op zijn beurt een generator aan.

6)    Een generator is te vergelijken met een fietsdynamo die elektrische stroom opwekt. De stroom wordt afgevoerd naar het openbare elektriciteitsnet. De stoom die door de turbine is geleid, kan vervolgens het water van een stadsverwarmingssysteem verwarmen waarna het weer teruggeleid wordt naar de ketel waar het hele proces opnieuw begint. De as die na de verbranding van het hout overblijft, wordt opgeslagen in containers of silo’s en kan als grondstof gebruikt worden in onder andere de wegenbouw en de betonindustrie.